Handboek Katholieke Medische Ethiek - Hoofdstuk III

on-line editie vanaf 2019 onder redactie van dr. W.J. kardinaal Eijk, dr. L.J.M. Hendriks en prof.dr. F.J. van Ittersum

Ⓒ Katholieke Stichting Medische Ethiek 2019 - 2026

III.2.1 Abortus provocatus

W.J.A. Biemans

2.1.6 De effecten van abortus op de mentale gezondheid

Een Nederlandse studie naar de effecten van abortus op de mentale gezondheid van vrouwen stelt dat ‘de algemene consensus in internationaal onderzoek lijkt dus te zijn dat een abortus op zichzelf niet tot een significant hoger risico op psychische aandoeningen leidt.’ [42J. van Ditzhuijzen, C. van Nijnatten, R. de Graaf, M. ten Have, M. Vollebergh. Abortus en psychische gezondheid. Een longitudinale cohortstudie naar de psychische gezondheid van vrouwen die een abortus meemaken. Utrecht: Universiteit Utrecht; 2016.] Volgens Van Ditzhuijzen e.a. vormen eerdere psychische aandoeningen een risicofactor voor de mentale gezondheid na abortus. Een sterk punt van deze Nederlandse studie is dat het gaat om een prospectieve cohortstudie. Dit wil zeggen dat vrouwen gedurende vijf jaren zijn gevolgd nadat ze een abortus hebben meegemaakt. Een beperking van deze studie is dat vrouwen die abortus ondergaan na een gewenste zwangerschap, zoals bijvoorbeeld na de ontdekking van een afwijking bij prenatale diagnostiek, niet in de onderzoeksgroep zijn meegenomen. In de onderzoeksgroep (n = 325) ontbraken verder meiden tussen de 15 en 18 jaar. De groep vrouwen die meerdere abortussen heeft ondergaan, was sterk ondervertegenwoordigd. Gemiddeld genomen waren de onderzochte vrouwen hoger opgeleid en vaker samenwonend of gehuwd. Ook hebben Van Ditzhuijzen e.a. verschillende symptomen van Posttraumatische Stress (PTS), zoals terugkerende pijnlijke herinneringen of terugkerende nare dromen gerelateerd aan de abortuservaring niet meegenomen in hun onderzoek. Deze keuzes in het onderzoek hebben waarschijnlijk geleid tot een onderschatting van het risico op psychische stoornissen voor vrouwen na abortus. In deze paragraaf worden de resultaten van een aantal internationale studies gepresenteerd die haaks staan op de conclusie van dit Nederlandse onderzoek.

Om uit te sluiten dat eerdere psychische aandoeningen een rol spelen bij de meting van de effecten van abortus op de mentale gezondheid van vrouwen, hebben Jacob e.a. in hun Duits retrospectief onderzoek vrouwen met een psychiatrische voorgeschiedenis uit hun onderzoeksgroep en controlegroep gehaald. Zij concluderen dat er een positief verband bestaat tussen abortus en depressie (hazardratio (HR) = 1.34; 95% CI 1.11 – 1.64), tussen abortus en aanpassingsstoornis (HR = 1.45; 95% CI 1.19 – 1.76) en tussen abortus en somatische symptoomstoornis (HR = 1.56; 95% CI 1.38 – 1.76). [43L. Jacob, K. Kostev, C. Gerhard, M. Kalder. Relationship between induced abortion and the incidence of depression, anxiety disorder, adjustment disorder, and somatoform disorder in Germany. Journal of Psychiatric Reseach 2019, 114, 75–79.]

In 2025 is er een Canadees retrospectief onderzoek verschenen van Auger e.a. Zij onderzochten het lange termijn risico van ziekenhuisopname vanwege psychische gezondheidsstoornissen, middelengebruik en zelfmoordpogingen volgend op abortus provocatus. Het onderzochte cohort heeft betrekking op 1,2 miljoen zwangerschappen met een follow-upperiode van 17 jaar. In Canada is abortus gelegaliseerd voor de hele zwangerschapsperiode. In de onderzoeksopzet is onder andere gecontroleerd op eerdere psychische stoornissen.
De resultaten tonen aan dat er na abortus een bijna twee keer zo hoog risico (HR 1,81, 95 %; CI 1,72–1,90) is op ziekenhuisopname voor psychische stoornissen, zoals bipolaire stoornissen, depressie, angststoornissen, eetstoornissen, psychosen, etc. De kans op stoornissen door middelengebruik (alcohol, drugs of overmatig medicijngebruik) is meer dan twee keer zo groot (HR 2,57, 95 %; CI 2,41–2,75). Dit geldt eveneens voor de kans op zelfmoordpogingen (HR 2,16; 95 %, CI 1,91–2,43), steeds in vergelijking met andere zwangerschapsuitkomsten (geboorte of miskraam). Het risico op ziekenhuisopname is de eerste vijf jaar na abortus het grootst, daarna neemt het risico af. Het risico is het grootst bij meiden en vrouwen onder de 25 jaar en bij hen die eerdere psychische stoornissen hadden. Deze resultaten zijn geen bewijs voor een causaal verband tussen abortus en langdurige psychische gevolgen, maar zij ondersteunen de mogelijkheid dat abortus een indicator kan zijn voor een verhoogd risico op psychische stoornissen op lange termijn. [44N. Auger, J. Healy-Profitos, A. Ayoub, A. Lewin, N. Low. Induced abortion and implications for long-term mental health: a cohort study of 1.2 million pregnancies. J Psychiatr Res. 20250516 ed 2025, 187, 304–310 doi:10.1016/j.jpsychires.2025.05.031.]

Recent Amerikaans onderzoek heeft gekeken naar mentale gezondheidsproblemen gedurende de hele reproductieve periode van vrouwen. [45J. Studnicki, T. Longbons. A Cohort Study of Mental Health Services Utilization Following a First Pregnancy Abortion or Birth. International Journal of Women’s Health 2023, 15, 955–963.] Zij concluderen dat vrouwen bij wie de eerste zwangerschap eindigt in abortus, een significant hoger risico lopen om mentale gezondheidsproblemen te ervaren tijdens hun reproductieve periode dan vrouwen bij wie de eerste zwangerschap eindigt in geboorte. Dit geldt zowel voor poliklinische bezoeken (relatief risico (RR) = 2.10; 95% CI 2.08 – 2.12 en odds ratio (OR) = 3.36; 95% CI 3.29 – 3.42), opname in een ggz-instelling (RR = 2.75; 95% CI 2.38 – 3.18 en OR = 5.67; 95% CI = 4.39 – 7.32) als de duur van de opname in een ggz-instelling (RR = 7.38; 95% CI 6.83 – 7.97 en OR = 19.64, 95% CI 17.70–21.78). Opvallend bij dit onderzoek is dat gemeten werd dat vrouwen bij wie hun eerste zwangerschap eindigde in geboorte, voorafgaand aan deze geboorte vaker een beroep hadden gedaan op geestelijke gezondheidszorg dan vrouwen bij wie hun eerste zwangerschap eindigde in abortus. Dit is in tegenstelling met onderzoek van Van Ditzhuijzen e.a., die stellen dat vrouwen met een geschiedenis van psychische aandoeningen een verhoogd risico lijken te hebben op het meemaken van abortus, in plaats van andersom. [46J. van Ditzhuijzen, M. ten Have. Psychiatric history of women who have had an abortion Journal of Psychiatric Research 2013, 47, 1737–1743.]

Ander internationaal onderzoek wijst erop, dat de keuze voor abortus gepaard gaat met een hogere score op angst, stress en depressie bij een volgende zwangerschap. [47F.P. McCarthy, R. Moss-Morris, A.S. Khashan, R.A. North, P.N. Baker, G. Dekker, L. Poston, L. McCowan, J.J. Walker, L.C. Kenny, K. O’Donoghue. Previous pregnancy loss has an adverse impact on distress and behaviour in subsequent pregnancy. BJOG. 2015/01/08 ed 2015, 122, 1757–64 doi:10.1111/1471-0528.13233.] Een Amerikaanse longitudinale studie toont aan dat geboorte is geassocieerd met een geringe vermindering van het aantal mentale stoornissen, maar abortus is daarentegen geassocieerd met een verhoogd risico op een mentale stoornis (OR = 1.45; 95% CI 1.30 – 1.62; p < 0,001). [48D.P. Sullins. Abortion, substance abuse and mental health in early adulthood: Thirteen-year longitudinal evidence from the United States. SAGE Open Med. 2016/10/27 ed 2016, 4, 2050312116665997 doi:10.1177/2050312116665997.] Deze studie controleerde op een 20-tal covarianten, waaronder depressie, angststoornis en neuroses vanaf 15 jaar. Een Finse studie concludeert bovendien dat vrouwen die een abortus hebben ondergaan, een tweemaal zo hoog risico op zelfmoord vertonen. [49M. Gissler, E. Karalis, V.M. Ulander. Decreased suicide rate after induced abortion, after the Current Care Guidelines in Finland 1987-2012. Scand J Public Health. 2014/11/26 ed 2015, 43, 99–101 doi:10.1177/1403494814560844.] Deze drie laatstgenoemde onderzoeken scoren hoger op evaluatiecriteria dan drie studies die geen significante relatie laten zien tussen abortus en mentale gezondheid, waaronder de studie van Van Ditzhuijzen e.a., vanwege o.a. de grotere onderzoekspopulaties en de hogere percentages van instemming tot deelname aan het onderzoek. [50P. Coleman. Post-Abortion Mental Health Research: Distilling Quality Evidence from a Politicized Professional Literature. Journal of American Physicians and Surgeons 2017, 22, 38–43.].

Sullins heeft specifiek onderzoek verricht naar de mentale gevolgen van abortus na een gewenste zwangerschap. [51D.P. Sullins. Affective and substance abuse disorders following abortion by pregnancy intention in the United States: a longitudinal cohort study. Medicina 2019, 55, 1–22.] Amerikaanse vrouwen die een of meer gewenste zwangerschappen beëindigden, hadden een 43% hoger risico op affectieve problemen ten opzichte van geboorte RR = 1,69; 95% CI 1,3-2,2), in vergelijking tot vrouwen die een of meer ongewenste zwangerschappen beëindigden (RR = 1,18; 95% CI 1,0-1,4). De risico’s op depressie (RR = 2,22; 95% CI 1,3-3,8) en suïcidale ideatie (RR = 3,44; 95% CI 1,5-7,7) waren in het bijzonder verhoogd bij abortus na gewenste zwangerschap. Overmatig middelengebruik (van alcohol, opioïden, marihuana of andere drugs) was twee keer zo hoog voor vrouwen na een abortus en dit werd niet beïnvloed door de intentie van de zwangerschap. Sullins concludeert dan ook dat het uitsluiten van gewenste zwangerschappen leidt tot een sterke onderschatting van het risico op mentale gezondheidsproblemen voor vrouwen na abortus.

Tenslotte hebben Christiansen en collega’s in Denemarken onderzoek verricht naar de gevolgen voor mannen van negatieve zwangerschapsuitkomsten, waaronder abortus. [52F. Christiansen, J. Petersen, I.H. Thorius, A. Ladelund, E. Jimenez-Solem, M. Osler, M.Z. Ankarfeldt. Adverse Pregnancy Outcomes and Subsequent First-Time Use of Psychiatric Treatment Among Fathers in Denmark. JAMA Netw Open. 20240501 ed 2024, 7, e249291 doi:10.1001/jamanetworkopen.2024.9291.] Mannen die voor het eerst vader zouden worden en die een vroege abortus meemaakten (12 weken) hadden een verhoogd risico op het starten van een behandeling met slaappillen (RR = 1,74; 95% CI 1,33-2,29) en angst remmende medicijnen (RR = 1,79; 95% CI 1,18-2,73). Daarnaast werden een late abortus (>12 weken) (RR = 4,46; 95% CI 3,13-6,38) en een grote aangeboren afwijking (RR = 1,36; 95% CI 1,05-1,74) geassocieerd met een verhoogd risico op niet-farmacologische psychiatrische behandeling. Echter, vaders wiens kinderen prematuur geboren werden of met een kleine aangeboren afwijking hadden geen significant verhoogd risico op een van de onderzochte uitkomsten.

image_pdfimage_print