5.1.1 De stand van zaken
In 1990 is in Engeland de eerste uitgebreide wet ter wereld op experimenten met embryo’s van kracht geworden, the Human Fertilisation and Embryology Act. Deze wet staat experimenten toe met overtollige embryo’s (embryo’s die een IVF-procedure in het laboratorium achterblijven) en experimenten met embryo die speciaal voor wetenschappelijk onderzoek tot stand zijn gebracht. Op advies van de Warnock commissie (zie Hoofdstuk II.1,2,2,4) is de maximale termijn voor het in leven laten van een embryo buiten de baarmoeder gesteld op 14 dagen na de conceptie, het moment waarop in het embryo de primitieve streep verschijnt (Ibid., 3.3.a.; cfr. 3.4; deze periode van 14 dagen omvat echter niet de tijd waarin het embryo is gecryopreserveerde is opgeslagen). De gedachte hierachter is dat de vorming van de primitieve streep het moment markeert waarop het embryo een individu wordt, omdat het dan zich niet meer in ééneiige tweelingen kan delen.
Deze wet onderging in de loop van de jaren enkele wijzigingen. De laatste versie ervan kwam in 2008 tot stand [: Human Fertilisation and Embryology Act. UK Public General Acts 2008, c22.]. In de versie van 2008 zijn met nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de embryologie rekening gehouden.
In 2002 en 2003 zijn in respectievelijk Nederland en België wetten van kracht geworden die experimenten mogelijk maken met de bevruchte eicel en het vroege embryo (Nederland: Wet van 20 juni 2002, houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo’s [: Wet van 20 juni 2002, houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo’s (Embryowet). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 2002, 338, 1–10.]; Belgie: Wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op en bij embryo’s in vitro [: Wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op en bij embryo’s in vitro. 2003.]). Directe aanleiding was de totstandkoming van de Conventie mensenrechten en Biogeneeskunde van de Raad van Europa [: Council of Europe. Convention for the Protection of Human Rights and Dignity of the Human Being with regard to the Application of Biology and Medicine: Convention on Human Rights and Biomedicine. European Treaty Series 1997, 164.]. In deze conventie wordt in artikel 18 uitdrukkelijk gesproken over ‘adequate bescherming van embryo’s, wanneer onderzoek op embryo’s mogelijk is’ en ‘een verbod op het creëren van embryo’s ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek. Beide landen hebben bewust een eigen wet met eigen mogelijkheden van kracht willen laten worden, om zo bij eventuele ratificering van het verdrag ten aanzien van bepaalde artikelen een voorbehoud te kunnen maken [: W.J. Eijk. Some remarks concerning the Embryos Bill of the Dutch government. Medicina e Morale 2001, 51, 1059–1091.] [: B. Hansen and H. Nys. De Belgische Embryowet. Ethische Perspectieven 2004, 14, 55–69.]. In België is naast het gebruik van overtollige embryo’s voor experimenteel onderzoek het aanmaken van embryo’s in vitro uitsluitend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek reeds wettelijk mogelijk, op voorwaarde dat het doel van het onderzoek niet valt te realiseren door onderzoek op restembryo’s (art 4, par. 1). In Nederland zijn tot nu toe uitsluitend experimenten met restembryo’s toegestaan en mogen de embryo’s niet speciaal voor wetenschappelijk onderzoek zijn tot stand worden gebracht (art 24,a), maar de wet biedt wel de mogelijkheid hier op een nader te bepalen tijdstip van af te wijken wanneer bepaalde wetenschappelijke onderzoeken niet mogelijk blijken te zijn met restembryo’s (art. 9, lid 1, 11 en 24,b; zie hieronder). Verder moet het onderzoek zich beperken tot de eerste 14 dagen van de ontwikkeling (een periode waarin het embryo ingevroren is geweest telt hierbij niet mee). De wetten regelen verder dat het onderzoek gericht moet zijn op verbetering van voortplantingstechnieken of het voorkomen van aangeboren afwijkingen. De formuleringen in beide wetten zijn wel dermate open, dat uiteindelijke vele experimenten met deze wetten toelaatbaar zijn. Reproductief kloneren (vgl. Hoofdstuk III.4.2.2. en 4.3.2.1.) is in beide wetten verboden (Nederlandse Embryowet artikel 24,f; Belgische Embryowet artikel 6).
In 2023 dienden D66 en VVD een initiatiefwetsvoorstel in tot wijziging van de Embryowet, gericht op het toestaan van het tot stand brengen van embryo’s voor alleen wetenschappelijk onderzoek (Voorstel van wet van de leden Paternotte en Hermans tot wijziging van de Embryowet). De indieners van dit wetsvoorstel menen dat daardoor een betere balans ontstaat tussen de beschermwaardigheid van het embryo en het belang van de wetenschap. Het nadeel van restembryo’s is dat ze 3-5 dagen oud zijn. Om de ontwikkeling in de eerste dagen na de bevruchting te kunnen onderzoeken zijn embryo’s nodig die speciaal voor wetenschappelijk onderzoek tot stand zijn gebracht en die men vanaf de bevruchting in handen heeft. Bovendien zijn rest embryo’s van mindere kwaliteit, omdat in IVF-procedures de beste embryo’s in de baarmoeder worden geplaatst en doordat rest embryo’s in ingevroren toestand zijn bewaard. Bij het invriezen en het ontdooien kunnen embryo’s beschadiging oplopen.
De kennis van de ontwikkeling van het embryo in de eerste dagen na de bevruchting is met name belangrijk voor het ontwikkelen van nieuwe voortplantingstechnieken. Daarvoor is Nederland op dit moment aangewezen op andere landen, maar daar is de voortplantingsgeneeskunde vaak een commerciële praktijk. In Nederland is voortplantingsgeneeskunde onderdeel van de gewone voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg. Nederland is daarom een geschikt land voor de ontwikkeling van nieuwe voortplantingstechnieken, zonder dat commerciële belangen een rol spelen. Maar daarvoor is het noodzakelijk dat het ook in Nederland wordt toegestaan dat embryo’s voor alleen wetenschappelijk onderzoek tot stand worden gebracht. Onderzoek met deze embryo’s is met name nodig voor de ontwikkeling van enkele nieuwe technieken die op dat moment of in toekomst in de klinische praktijk een plaats krijgen. Dit betreft de mitochondriale vervangingstherapie. Dit is een behandeling waarbij mitochondriën, kleine structuren buiten de celkern die zorgen voor de energie productie, die door een genetische aandoening niet goed functioneren, worden vervangen. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van voortplantingstechnieken waarbij zaad- of eicellen worden gekweekt uit ingevroren testis- of ovariumweefsel. Dit wordt afgenomen bij mensen wier voortplantingsweefsel door een oncologische behandeling kan worden aangetast en die nog een kinderwens hebben. Ook is onderzoek met speciaal voor wetenschappelijk onderzoek tot stand gebrachte embryo’s nodig voor de ontwikkeling van een autologe transplantatie van testisweefsel dat bij mannen met het oog op een oncologische behandeling via een biopt is afgenomen en na afloop van de behandeling weer bij hen in de testis wordt geïmplanteerd.
Tegenover het grote belang van het wetenschappelijk onderzoek met embryo’s speciaal daarvoor worden tot stand gebracht staat de beschermwaardigheid van het embryo, aldus de indieners van het wetsvoorstel, wordt vergroot door een nieuwe definitie van het embryo. Niet langer moet volgens hen het embryo worden gedefinieerd als een ‘cel of samenhangend geheel van cellen met het vermogen uit te groeien tot een mens’ (Memorie van toelichting zoals gewijzigd naar aanleiding van het advies van de afdeling advisering van de Raad van State, Tweede Kamer der Staten-Generaal, 36416, nr. 7, I.2.2.1., p. 4.), maar als
- resultaat van bevruchting van een menselijke eicel door een menselijke zaadcel, in alle stadia van de daardoor in gang gezette ontwikkeling tot aan de geboorte, dan wel
- iedere langs andere weg tot stand gekomen afzonderlijke biologische entiteit met een menselijk genoom die de sub a) bedoelde ontwikkeling, al dan niet vanaf het ééncellig stadium, repliceert, dan wel
- een embryo als bedoeld sub b) dat zowel menselijk als dierlijk DNA bevat, maar waarin het dierlijk aandeel niet overheerst (dit betreft cybrides) [: W.J. Dondorp, M.C. Ploem, G.M.W.R. de Wert, M.C. de Vries and J.K.M. Gevers. Derde evaluatie Embryowet. Reeks evaluatie regelgeving, Den Haag: ZonMW; 2021, 50.] [: Tweede Kamer der Staten Generaal. Voorstel van wet van de leden Paternotte en Bevers tot wijziging van de Embryowet in verband met de afschaffing van het tijdelijk verbod op het doen ontstaan van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek. Memorie van toelichting zoals gewijzigd naar aanleiding van het advies van de afdeling Advisering van de Raad van State (36416, nr. 7). Tweede Kamer der Staten Generaal 2024, vergaderjaar 2024-2025, 1–23, I.2.2.1., 5.].
Doordat de nieuwe definitie niet meer uitgaat van het vermogen om tot een mens uit te groeien, maar van de ontstaansgeschiedenis, vallen ook embryo’s onder deze definitie die geen kans hebben om zich verder te ontwikkelen, maar wel menselijke embryo’s zijn en recht hebben op bescherming. Dit geldt voor embryo’s die niet levensvatbaar worden geacht en daarom na een IVF-procedure niet in de baarmoeder wordt geplaatst en voor cybriden, die tot stand door de kern van een menselijke cel te plaatsen in de ontkernde eicel van een dier (vgl. dit hoofdstuk 1.1.).

