Handboek Katholieke Medische Ethiek - Hoofdstuk III

on-line editie vanaf 2019 onder redactie van dr. W.J. kardinaal Eijk, dr. L.J.M. Hendriks en prof.dr. F.J. van Ittersum

Ⓒ Katholieke Stichting Medische Ethiek 2019 - 2026

III.5.3 Enkele vormen van experimenteel onderzoek in embryo’s

F.J. van Ittersum, W.J. Eijk

5.3.1 Testen van geneesmiddelen en cosmetica

Embryo’s worden genoemd als objecten voor het testen van geneesmiddelen. Door het softenon-(thalidomide-)drama aan het einde van de jaren vijftig werd duidelijk hoe gevaarlijk geneesmiddelen voor de ongeboren vrucht kunnen zijn. De kinderen van vrouwen die gedurende de zwangerschap softenon (een slaapmiddel) hadden gebruikt, kregen ernstige ontwikkelingsstoornissen aan de armen en benen. Door nieuwe geneesmiddelen eerst op menselijke embryo’s uit te proberen zou men zich een beeld kunnen vormen van de eventuele schadelijke bijwerkingen ervan bij mensen.

Voorts zouden menselijke embryo’s ook kunnen dienen om het effect van chemotherapeutica te bestuderen, waarmee de groei van kwaadaardige gezwellen kan worden afgeremd. Deze geneesmiddelen manifesteren hun effect vooral in cellen die zich snel delen. Omdat het embryo wordt gekenmerkt door een snelle groei en celdeling, zou het een geschikt object zijn om de effectiviteit en de toxiciteit van chemotherapeutica in menselijke cellen te onderzoeken.

Het Warnock rapport neigt ertoe om het testen van geneesmiddelen slechts op zeer beperkte schaal toe te staan:
‘Wij zijn er sterk van overtuigd dat het routinematig testen van geneesmiddelen in menselijke embryo’s geen aanvaardbaar onderzoeksterrein is, omdat dit de productie van grote aantallen embryo’s zou vergen. We zijn echter tot de conclusie gekomen dat er zeer bijzondere omstandigheden kunnen zijn waarin het testen van dergelijke stoffen op zeer kleine schaal zou zijn te rechtvaardigen’ 1M. Warnock. A Question of Life. The Warnock report on Human Fertilisation and Embryology. Oxford: Basil Blackwell; 1985, 12.5..

Gebruik van embryo’s voor dit doel zou hen compleet tot een gebruiksmiddel degraderen. Er zou immers geen nut voor het embryo zelf zijn te verwachten, want het wordt door het experiment waarschijnlijk ernstig beschadigd en in ieder geval naderhand vernietigd.

De Belgische en de vigerende Nederlandse Embryowet staan experimenteel onderzoek op embryo’s toe dat gericht is op de vruchtbaarheid en de geboorte van een gezond kind. Terecht is wel opgemerkt dat de voorwaarde die de Belgische wet stelt ten aanzien van het onderzoek op embryo’s in vitro, onder meer dat zij bijdraagt tot ‘het voorkomen of behandelen van ziekten’ (artikel 3,1), zo ruim is geformuleerd dat nagenoeg ieder onderzoek op embryo’s te rechtvaardigen valt 2B. Hansen, H. Nys. De Belgische Embryowet. Ethische Perspectieven 2004, 14, 55–69.. Deze formulering sluit experimenteel onderzoek met embryo’s naar het effect van geneesmiddelen niet volledig uit.

image_pdfimage_print