Handboek Katholieke Medische Ethiek - Hoofdstuk III

on-line editie vanaf 2019 onder redactie van dr. W.J. kardinaal Eijk, dr. L.J.M. Hendriks en prof.dr. F.J. van Ittersum

Ⓒ Katholieke Stichting Medische Ethiek 2019 - 2026

III.5.3 Enkele vormen van experimenteel onderzoek in embryo’s

F.J. van Ittersum, W.J. Eijk

5.3.2 Hybridisatie

Hybridisatie is het kruisen van individuen van ongelijke genetische constitutie. Twee voorbeelden hiervan zijn trans-species fertilization en hybride klonen. Trans-species fertilization betreft de versmelting van geslachtscellen van verschillende soorten. Deze techniek vormt een grensgebied tussen de manipulatie van geslachtscellen, zaad- en eicellen, en die van bevruchte eicellen en embryo’s. In de praktijk zijn er toepassingen van trans-species fertilization. Een van de oorzaken van infertiliteit van een echtpaar kan zijn dat de zaadcel de membraan die de bevruchte eicel omgeeft, niet kan penetreren. Om dit vast te stellen wordt zaad van de man gefuseerd met onbevruchte eicellen van de hamster. Zo ontstaat een mens-hamsterhybride. De ontwikkeling van het resulterende embryo komt echter niet verder dan het tweecellig stadium. Blijkbaar passen de chromosomen van de mens en de hamster te weinig bij elkaar om verdere uitgroei van de hybride toe te staan. Wat zal het resultaat zijn wanneer men menselijke geslachtscellen laat fuseren met die van een diersoort die de mens meer nabij komt?

Een bijzondere vorm van hybride klonen bij mensen betreft de plaatsing van een menselijke celkern in een ontkernde dierlijke eicel. Zo ontstaat een cybride (zie hoofdstuk III.1.1). De eicel gaat zich hierdoor gedragen als een bevruchte eicel en begint zich te delen en te ontwikkelen als een embryo. In de praktijk houdt deze ontwikkeling snel op, waarschijnlijk omdat de eicel vanuit de kern bij dieren door andere genen wordt aangestuurd [3Y. Chung, C.E. Bishop, N.R. Treff, S.J. Walker, V.M. Sandler, S. Becker, I. Klimanskaya, W.S. Wun, R. Dunn, R.M. Hall, J. Su, S.J. Lu, M. Maserati, Y.H. Choi, R. Scott, A. Atala, R. Dittman, R. Lanza. Reprogramming of human somatic cells using human and animal oocytes. Cloning Stem Cells 2009, 11, 213–23 doi:10.1089/clo.2009.0004.]. Mocht deze techniek op enig moment wel slagen, dan ontstaat een embryo met een menselijke celkern, dat echter in het cytoplasma genetisch materiaal van dierlijke oorsprong heeft, zoals mitochondriaal DNA. Hybride klonen wordt onder meer ontwikkeld als een methode om aan embryonale stamcellen te komen zonder daarvoor menselijke embryo’s te hoeven vernietigen (zie Hoofdstuk II.4.4.2.).

Het Warnock rapport acht de hamstertest toelaatbaar voor diagnostische doeleinden, maar is tevens van mening dat de hybride in het tweecellig stadium moet worden vernietigd [4M. Warnock. A Question of Life. The Warnock report on Human Fertilisation and Embryology. Oxford: Basil Blackwell; 1985, 12.3.] (menselijke zaadcellen zijn overigens niet in staat hamstereicellen te bevruchten). De Nederlandse Embryowet verbiedt het samenbrengen van een menselijke en een dierlijke geslachtscel met als doel een meercellige hybride te doen ontstaan [5Wet van 20 juni 2002, houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo’s (Embryowet). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 2002, 338, 1–10, art. 25, a.]. De Belgische Embryowet verbiedt eveneens het creëren van hybriden [6Wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op en bij embryo’s in vitro. 2003, art. 5,1.]. De menselijke zaadcel is op zich geen persoon, zodat zij niet als zodanig hoeft te worden gerespecteerd. Dit betekent echter niet dat zij volslagen waardevrij zou zijn. Stel dat een mens-dier-hybride ooit tot verdere ontwikkeling en na implantatie in de baarmoeder ooit tot geboorte zou komen. Moet het dan als een menselijke persoon worden gerespecteerd, ook al toont het verder geen specifiek menselijke eigenschappen, zoals bijvoorbeeld het denkvermogen?

De Congregatie voor de Geloofsleer schrijft in haar instructie Dignitas Personae over vermenging van menselijke en dierlijke genetische elementen: ‘Van ethisch standpunt uit bezien vormen dergelijke procedures een misdrijf tegen de menselijke waardigheid vanwege de vermenging van menselijke en dierlijke genetische elementen, die het ontwrichten van de specifieke identiteit van de mens mogelijk maakt’ [7Congregatio pro Doctrina Fidei. Instructio Dignitas Personae de Quibusdam Scientiae Bioethicae Quaestionibus. Acta apostolicae Sedis, 2008, 100, 858–887, no. 33.]. Verder wijst de Congregatie erop dat de mogelijk schadelijke gevolgen van het dierlijke genetische materiaal voor het embryo de toepassing van deze technieken onaanvaardbaar maken.

image_pdfimage_print