5.3.4 Parthenogenese
Parthenogenese (maagdelijk voortplanting) is de ontwikkeling van een onbevruchte eicel in een embryo zonder tussenkomst van een zaadcel. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door in de bevruchte eicel de mannelijke pronucleus vóór de fusie met de vrouwelijke te verwijderen of door chemische prikkeling van de eicel [: M.A. Surani, S.C. Barton. Development of gynogenetic eggs in the mouse: implications for parthenogenetic embryos. Science 1983, 222, 1034–6 doi:10.1126/science.6648518.]. Bij amfibieën zijn met deze methode enkele levensvatbare individuen tot stand gekomen. Lange tijd werd gedacht dat parthenogese bij zoogdieren onmogelijk was. In 2004 zijn echter successen geclaimd met de reproductie van muizen door middel van parthenogenese (zie Hoofdstuk III.4.1.). Ethisch gezien is parthenogenese bij de mens, zo dat al ooit mogelijk zou zijn, moreel ongeoorloofd omdat het een aseksuele voortplanting is en bijgevolg haaks staat op de waardigheid van de menselijke voortplanting [: Congregatio pro Doctrina Fidei. Donum Vitae. Instructio de observantia erga vitam humanam nascentem deque procreationis dignitate tuenda. Acta Apostolicae Sedis 1988, 80, 70–102, I,6.] (Hoofdstuk III.4.3.1.).

