Handboek Katholieke Medische Ethiek - Hoofdstuk III

on-line editie vanaf 2019 onder redactie van dr. W.J. kardinaal Eijk, dr. L.J.M. Hendriks en prof.dr. F.J. van Ittersum

Ⓒ Katholieke Stichting Medische Ethiek 2019 - 2026

III.5.5 Gebruik van foetaal weefsel voor transplantatiedoeleinden

W.J. Eijk

De transplantatie van foetaal weefsel, afkomstig van geaborteerde foetussen, biedt voordelen boven de transplantatie van de gebruikelijke transplantatieorganen en -weefsels, afkomstig van lijken van volwassenen. Foetaal weefsel heeft een groot groeipotentieel. Na de transplantatie van foetaal weefsel is de kans op een afstotingsreactie veel minder dan na die van de gebruikelijke transplantatieorganen. Deze kans wordt nog extra verminderd, doordat foetale weefsels vaak worden getransplanteerd in organen, zoals de hersenen, waar afstotingsreacties sowieso minder snel optreden. Foetaal weefsel is plastisch en heeft een groot vermogen om zich aan nieuwe locaties aan te passen. Daar komt nog bij dat foetale weefsels, eenmaal getransplanteerd, factoren uitscheiden waardoor de eigen groei wordt bevorderd en ook die van nieuwe bloedvaten ter plekke. Transplantatieorganen, afkomstig van volwassenen, hebben dat vermogen niet.

Van transplantatie van foetaal weefsel is vooral gebruik gemaakt bij neurodegeneratieve aandoeningen, zoals de ziekte van Parkinson, die van Huntington en die van Alzheimer. Bij deze aandoeningen treedt degeneratie op van bepaalde hersencellen. Door transplantatie van foetaal hersenweefsel hoopt men een behandeling te kunnen bieden voor deze ernstige aandoeningen. De oorzaak van de ziekte van Parkinson is de degeneratie van dopamine producerende cellen in de substantia nigra, een structuur in de tussenhersenen. Transplantatie van weefsel uit de tussenhersenen van foetussen met dopamine producerende cellen leken in de preklinische trials met diermodellen veelbelovend, maar in klinische trials bij mensen inconsistente resultaten op te leveren, wat betreft de overleving van het transplantaat, de effectiviteit en het veroorzaken van ernstige bijwerkingen. Daarom wordt heden geëxperimenteerd met de transplantatie van dopamine producerende cellen die verkregen zijn uit pluripotente embryonale stamcellen [1S. Qarin, S.K. Howlett, J.L. Jones, R.A. Barker. The immunogenicity of midbrain dopaminergic neurons and the implications for neural grafting trials in Parkinson’s disease. Neuronal Signal. 20210913 ed 2021, 5, NS20200083 doi:10.1042/NS20200083.] (vgl. Hoofdstuk IV.3.5.1.). Transplantatie van foetaal neuronaal weefsel bij patiënten met de ziekte van Huntington bood geen voordeel op lange termijn. Hooguit was er bij vier op de 5 patiënten een zekere tendens waarneembaar tot vertraging van de progressie van de uitval van enkele motorische functies[2R.A. Barker, S.L. Mason, T.P. Harrower, R.A. Swain, A.K. Ho, B.J. Sahakian, R. Mathur, S. Elneil, S. Thornton, C. Hurrelbrink, R.J. Armstrong, P. Tyers, E. Smith, A. Carpenter, P. Piccini, Y.F. Tai, D.J. Brooks, N. Pavese, C. Watts, J.D. Pickard, A.E. Rosser, S.B. Dunnett, N.-U. collaboration. The long-term safety and efficacy of bilateral transplantation of human fetal striatal tissue in patients with mild to moderate Huntington’s disease. J Neurol Neurosurg Psychiatry. 20130123 ed 2013, 84, 657–65 doi:10.1136/jnnp-2012-302441.]. Stabilisatie van de glucosespiegel in het bloed kan worden bewerkstelligd door de transplantatie van stamcellen, afkomstig uit de alvleesklier van foetussen, die intraveneus worden toegediend, bij patiënten met type 1- of type 2-diabetes mellitus[3S. Tuganbekova, O. Ulyanova, Z. Taubaldieva, S. Saparbayev, N. Popova, L. Kozina. Fetal Pancreatic Stem-Cell Transplant in Patients With Diabetes Mellitus. Exp Clin Transplant 2015, 13 Suppl 3, 160–2 doi:10.6002/ect.tdtd2015.P89.]. De stamcellen ontwikkelen zich in alvleesklier van de patiënten tot de insuline producerende β-cellen van de eilandjes van Langerhans.

De transplantatie met foetaal weefsel stuit op een aantal essentiële bezwaren. Op de eerste plaats moet iedere foetus bejegend worden als een menselijke persoon (vgl. dit hoofdstuk 1.2.2.4 en 1.2.2.5). De foetus is daarom een doel in zich en mag niet worden geïnstrumentaliseerd als bron van organen of weefsels. Op de tweede plaats kan men zich bij de transplantatie van foetaal weefsel onmogelijk houden aan het onafhankelijkheidsbeginsel (zie dit hoofdstuk 5.4). De arts die de transplantatie verricht kan niet onafhankelijk van de aborteur opereren. Hij zal nadere afspraken moeten maken met de aborteur over het tijdstip van de abortus provocatus en de wijze waarop de abortus wordt uitgevoerd. Dit is onontkoombaar om de transplantatieweefsels intact uit de foetus te kunnen verwijderen. Het maken van de afspraak met de aborteur houdt in dat de arts die de transplantatie verricht met de abortus instemt en er direct bij betrokken is. Dit impliceert een directe en formele medewerking aan de abortus die ethisch niet valt te rechtvaardigen (zie voor het principe van de medewerking aan het kwaad hoofdstuk I.2.2.6).

image_pdfimage_print