1.4.3 De geestelijk verzorger en ethische vragen
Omdat de leer van de Kerk ook op ethisch vlak relevant is, ligt het voor de hand dat de geestelijke verzorger een specifieke inbreng heeft wanneer zich binnen de zorg ethische vragen voordoen. Deze zal daarom goed op de hoogte moeten zijn van de medische ethiek en van de leer van de Kerk op dit terrein. In een Rooms-katholieke instelling is het vanzelfsprekend dat de geestelijk verzorger lid is van de Ethische Commissie, maar ook in instellingen van een neutrale of andere signatuur is zou dat goed zijn, omdat de geestelijk verzorger dan bij ethische kwesties betreffende zieken van zijn eigen denominatie ook hun opvattingen kan verwoorden en inbrengen.
Binnen het raamwerk van de organisatie van het pastoraat in de Nederlandse zorginstellingen kan het voorkomen dat de geestelijk verzorger te maken krijgt met patiënten die ethische opvattingen hebben die haaks staan op de zijne. Dit kan zich eventueel ook voordoen bij zieken van zijn eigen denominatie. De vraag is in hoeverre hij de zieke dan nog kan begeleiden in het vinden van antwoorden op ethische vragen.
Ashley, DeBlois en O’Rourke [: B.M. Ashley, J.K. de Blois and K. O’Rourke. Health Care Ethics. A Catholic Theological Analysis. 5th ed, Washington D.C. : Georgetown University Press; 2006, p. 242–244.] onderscheiden in dit opzicht drie gevallen:
- Als de conditie van een zieke met andere waarde-opvattingen dan die van de geestelijk verzorger het toelaat en er tijd en gelegenheid voor is, dan kan de geestelijk verzorger proberen met inachtneming van het verschuldigde respect een gesprek aan te knopen over diens opvattingen. Als een patiënt ernstig ziek is, zal men geen gesprek aangaan over diens opvattingen en hem helpen een besluit te nemen dat daarmee consistent is.
- Het advies van de geestelijk verzorger blijkt haaks te staan op de waarde-opvattingen van de zieke, zonder dat een gesprek hierover zinvol is. In dit geval helpt de geestelijke verzorger de zieke om een beslissing te nemen die consistent is met diens eigen waarde-opvattingen. De reden is dat iemand subjectief goed handelt als hij zijn geweten volgt, ook al is wat hij doet objectief gezien moreel af te wijzen.
- De beslissing van de zieke kan gebaseerd zijn op een andere perceptie van de feitelijk situatie dan die van de geestelijk verzorger. In dit geval zal hij de zieke helpen om zijn beeld van de situatie bij te stellen.
Het hoeft nauwelijks betoog dat hieraan grenzen zijn gesteld. Verschillen in waarde-opvattingen en inschattingen van feitelijke situaties hoeven voor de voorgestelde aanpak geen absolute hinderpaal te zijn als het gaat om vragen betreffende bijvoorbeeld (niet)behandelbeslissingen. Als de geestelijk verzorger echter ziet dat de betrokken zieke zichzelf of anderen door zijn besluit groot nadeel toebrengt of iets beslist dat objectief ernstig kwaad is, dan zal hij moeten proberen om hem te overreden en daarvan af te houden. Dit is bijvoorbeeld het geval als de zieke om euthanasie vraagt.
Een gecompliceerde situatie ontstaat als de zieke verzoekt om euthanasie of hulp bij suïcide en daaromtrent de geestelijk verzorger consulteert en bovendien deze vraagt hem de sacramenten toe te dienen en de uitvaartplechtigheid te verzorgen. Dit vraagstuk komen ook priesters, diakens en pastoraal werkers in het parochiepastoraat tegen. Over deze problematiek heeft de Nederlandse bisschoppenconferentie een handreiking gepubliceerd onder de titel Pastoraat rond het verzoek om euthanasie of hulp bij suïcide [: Bisschoppen van de R.K. Kerkprovincie in Nederland. Pastoraat rond het verzoek om euthanasie of hulp bij suïcide: handreiking voor studie en bezinning. Utrecht: R.K. Kerkprovincie; 2005.]. Uitgangspunt is: ‘Het weglaten, verdoezelen of op afstand houden van wat de Kerk als geloof bewaart, hoort in het pastoraat niet thuis.’ Er zijn hier de volgende probleemvelden:
- De toediening van de sacramenten:
Voor het ontvangen van de sacramenten is vereist dat men in een goede gesteldheid verkeert. Het ontvangen van de sacramenten houdt ten diepste in dat de mens zich aan Gods liefdevolle ontferming toevertrouwt. Bewust en in volle vrijheid kiezen voor euthanasie of hulp bij suïcide impliceert echter het in eigen hand houden van de regie over het laatste traject van het leven. ‘Een dergelijke opstelling is niet te verenigen met overgave aan Gods liefdevolle ontferming en ontkent als het ware de kracht die in de sacramenten besloten ligt. Door de sacramenten krijgt men deel aan het lijden, sterven en verrijzen van Jezus en aan het onvoorwaardelijk ‘ja’ dat Hij daarin namens ons tegenover de Vader heeft uitgesproken. Bezien in dit licht is het niet mogelijk in te gaan op het verzoek om de sacramenten toe te dienen, wanneer iemand voornemens is zijn leven actief te laten beëindigen. Zo iemand verkeert niet in de vereiste gesteldheid’ [: Bisschoppen van de R.K. Kerkprovincie in Nederland. Pastoraat rond het verzoek om euthanasie of hulp bij suïcide: handreiking voor studie en bezinning. Utrecht: R.K. Kerkprovincie; 2005.].
Vaak verzoeken zieken om euthanasie of hulp bij suïcide uit angst of wanhoop. Zij doen dat dan niet in volle vrijheid, waardoor de persoonlijke verantwoordelijkheid is verminderd. Maar ook in die situaties is het toedienen van de sacramenten geen goede weg: ‘Euthanasie is geen ‘oplossing’ van het lijden, maar een eliminatie van de lijdende mens. Daardoor is het de bevestiging van zijn wanhoop, van het overweldigend gevoel dat het lijden alleen met de persoon zelf kan verdwijnen. Wanneer de pastoraal begeleider/geestelijk verzorger het verzoek om euthanasie zou ondersteunen, dan zou hij, in tegenstelling tot de hoop die in hem leeft en die hij wil verkondigen, capituleren voor de wanhoop.’ [: Bisschoppen van de R.K. Kerkprovincie in Nederland. Pastoraat rond het verzoek om euthanasie of hulp bij suïcide: handreiking voor studie en bezinning. Utrecht: R.K. Kerkprovincie; 2005.]
Door in die situaties de sacramenten toe te dienen zou de geestelijk verzorger bovendien de indruk kunnen wekken dat hij en daarmee ook de Kerk die hem gezonden heeft euthanasie of suïcide goedkeuren. - Aanwezigheid van priester of geestelijk verzorger bij de euthanasieprocedure:
In de tweede situatie van Ashley et al. kan het zo zijn dat de zieke euthanasie wil laten uitvoeren, terwijl de (katholieke) geestelijk verzorger het hier niet mee eens kan zijn. De vraag komt dan op hoe de plicht van het “nabij blijven van de zieke”, die de geestelijk verzorger heeft, moet worden ingevuld op het moment dat de euthanasie wordt uitgevoerd. Sommige geestelijken zijn van mening dat het mogelijk moet zijn dat een priester of geestelijk verzorger bij de euthanasieprocedure aanwezig is, ook al vindt hij de keuze voor euthanasie moreel niet juist en heeft hij de sacramenten niet toegediend. De Belgische bisschoppen benadrukken dat nabijheid van de priester of geestelijk verzorger tot het einde toe heel belangrijk is, maar laten in het midden of aanwezigheid bij de euthanasieprocedure wel of niet juist is. [: Bisschoppen van België. Uw HAND in mijn HAND – pastorale zorg bij het levenseinde. 2019.] Vanuit Nederland en Zwitserland werd duidelijker gesteld dat aanwezigheid van een priester of geestelijk verzorger bij een euthanasieprocedure niet mogelijk is: “euthanasie betreft een ernstige zonde en aanwezigheid bij de procedure suggereert dat hij/zij met de euthanasie instemt”. [: A. Gagliarducci. Dutch cardinal: Priests should ‘speak clearly’ on assisted suicide. Catholic News Agency 2019.] [: Schweizer Bischofskonferenz. Seelsorge und assistierter Suizid. Eine Orientierungshilfe für die Seelsorge. 2019.] De Congregatie voor de Geloofsleer bevestigde in de brief Samaritanus Bonus dat geestelijken niet aanwezig mogen zijn bij de uitvoering van euthanasie. [: Congregatio pro Doctrina Fidei. Samaritanus Bonus. Litterae de cura personarum in discrimine versantium et ad finem vitae vergentium (14-7-2020). Acta Apostolicae Sedis, Citta del Vaticano 2020, 112, 904–943, V, 11.] - De kerkelijke uitvaart:
Hier moeten twee gevallen worden onderscheiden.
Op de eerste plaats kan het voorkomen dat iemand te kennen geeft dat hij binnenkort zijn leven op zijn verzoek zal laten beëindigen en tevoren afspraken wil maken over zijn kerkelijke uitvaart. Hierop kan de geestelijk verzorger niet ingaan, omdat hij daarmee de indruk zou geven dat hij ermee instemt.
Een andere situatie doet zich voor als na het overlijden bekend wordt dat betrokkene door euthanasie of suïcide is overleden en daarvoor bewust en in volle vrijheid heeft gekozen:
‘Ook in die situatie kan het houden van een kerkelijke uitvaart het christelijk getuigenis omtrent de waarde van het leven verdoezelen. Er bestaat dan het risico van publieke ergernis, in die zin dat de indruk zou kunnen ontstaan dat de Kerk met euthanasie of suïcide akkoord ging. Daarom is in genoemde situatie het verlenen van medewerking aan een kerkelijke uitvaart in principe niet op zijn plaats, tenzij daar een zwaarwegende reden voor zou zijn die vanwege de geheimplicht niet kan worden meegedeeld [: Bisschoppen van de R.K. Kerkprovincie in Nederland. Pastoraat rond het verzoek om euthanasie of hulp bij suïcide: handreiking voor studie en bezinning. Utrecht: R.K. Kerkprovincie; 2005.].’
Zoals boven reeds gezegd, kan een verzoek om euthanasie of hulp bij suïcide zijn ingegeven door angst en wanhoop, waardoor de persoonlijke verantwoordelijkheid is verminderd. Dit kan de innerlijke vrijheid aantasten, ook bij mensen die over een gezond oordeelsvermogen beschikken. Niettegenstaande het verbod op een kerkelijk uitvaart voor hen die suïcide hebben gepleegd, heeft men hen van oudsher een kerkelijke uitvaart gegund wanner zij dat overmand door wanhoop en als gevolg van psychische aandoeningen hadden gedaan [: Catechismus van de Katholieke Kerk. Utrecht: Kok Boekencentrum/Halewijn; 2023, nr. 2282, 2283.].
‘Wanneer er aanwijzingen zijn dat de keuze voor euthanasie of hulp bij suïcide niet volledig in vrijheid is gedaan, kan men op basis van een prudente afweging van alle factoren die in het geding zijn – zo nodig in overleg met de ordinarius loci [: Auctoritate Ioannis Pauli pp. II. Codex Iuris Canonici. Citta del Vaticano 1983, nr. 1184, par. 2.] een kerkelijke uitvaart toestaan [: Bisschoppen van de R.K. Kerkprovincie in Nederland. Pastoraat rond het verzoek om euthanasie of hulp bij suïcide: handreiking voor studie en bezinning. Utrecht: R.K. Kerkprovincie; 2005.].’

