Handboek Katholieke Medische Ethiek - Hoofdstuk VI

on-line editie vanaf 2019 onder redactie van dr. W.J. kardinaal Eijk, dr. L.J.M. Hendriks en prof.dr. F.J. van Ittersum

Ⓒ Katholieke Stichting Medische Ethiek 2019 - 2026

VI.2.1 Euthanasie en hulp bij suïcide

J.A. Raymakers, W.J. Eijk, F.J. van Ittersum

2.1.2 Ethische beschouwing – inleiding

Als rechtvaardiging voor euthanasie en (hulp bij) suïcide wordt een reeks van argumenten aangevoerd die uiteenloopt van ondraaglijkheid van lijden tot de stelling dat de mens autonomie heeft met betrekking tot zijn leven en daarom de vrijheid heeft over zijn eigen leven te beschikken. Met andere woorden: dat hij, al dan niet binnen bepaalde marges, het recht heeft om een arts te verzoeken zijn leven te beëindigen (of – volgens de Nederlandse wet – hem daarbij hulp te verlenen).

Op de eerste plaats zou men zich kunnen afvragen of mensen die overwegen om hun leven te (laten) beëindigen, werkelijk autonoom zijn. Meestal gaan zij gebukt onder stress, angst voor pijn, de ontluistering van hun lichaam en andere lichamelijke complicaties en/of een gevoel van zinloosheid van dit lijden. Angst en stress kunnen de vrijheid en de helderheid aantasten. Bijgevolg zijn dit factoren die de persoonlijke verantwoordelijkheid verminderen [27S. Ioannes Paulus II. Litterae Encyclicae Evangelium Vitae (25-3-1995). Acta Apostolicae Sedis 1995, 27, 401-522, nr. 66.]. Daarbij is de mens geschapen als relationeel wezen en zal deze dus altijd contacten hebben met familieleden en vrienden, voor wie overlijden ook betekenis heeft. Het is om deze redenen al de vraag of de zelfgekozen dood inderdaad een kwestie van zelfbeschikking kan zijn. Het omgekeerde is ook mogelijk: de betrokken zieke maakt deel uit van een sociaal-culturele context, waarbinnen euthanasie en hulp bij suïcide algemeen is aanvaard, tenminste in West-Europa. Anderen zien lijden is soms moeilijker dan zelf het lijden ondergaan. De omgeving oefent een directe invloed uit. Familieleden of bekenden, die niet in staat zijn het lijden van hun dierbare aan te zien, kunnen dat – ook al het onbewust – laten blijken door non-verbaal gedrag. Het verzoek om euthanasie kan ook primair vanuit de de omgeving komen en niet van de betrokken patiënt. Euthanasie is verder zo gewoon geworden dat artsen euthanasie als optie voorstellen.

image_pdfimage_print