Omdat het leven van de mens een intrinsieke waarde vertegenwoordigt, hebben we ook geen beschikkingsrecht over andermans leven. Tegen levensbeëindiging zonder verzoek bestaat nog een aanzienlijke maatschappelijke weerstand, behalve in het geval van gehandicapte pasgeborenen. Levensbeëindigend handelen zonder verzoek komt echter wel voor en wordt in de vierde evaluatie van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding als volgt geschat: [: A. van der Heide, J. Legemaate, B. Onwuteaka-Philipsen, F. Bosma, J. van Delden, P. Mevis, K. Mink, R. Pasman, L. Postma, S. Renckens, G.J.M.W. van Thiel and S. van de Vathorst. Vierde evaluatie Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. Evaluatie regelgeving, Den Haag: ZonMW; 2023, 54, p. 112, tabel 3.12.]
| Gewogen percentage levensbeëindiging zonder verzoek van alle sterfgevallen | |||||||
| Jaar | 2021 | 2015 | 2010 | 2005 | 2001 | 1995 | 1990 |
| % | 0,3 | 0,3 | 0,2 | 0,4 | 0,7 | 0,7 | 0,8 |
De aantallen varieerde nauwelijks van 1990 tot 2001. Omdat deze schattingen zijn gebaseerd op een steekproef, gaat het in de studiepopulatie om kleine aantallen en is het derhalve niet te zeggen of de daling die vanaf 2001 intreedt statistisch significant is.

