Handboek Katholieke Medische Ethiek - Hoofdstuk VI

on-line editie vanaf 2019 onder redactie van dr. W.J. kardinaal Eijk, dr. L.J.M. Hendriks en prof.dr. F.J. van Ittersum

Ⓒ Katholieke Stichting Medische Ethiek 2019 - 2025

VI.3.5 Het gebruik van een correcte terminologie

W.J. Eijk, F.J. van Ittersum

In het geval dat een zieke overlijdt als gevolg van het achterwege laten van levensverlengende behandeling, wordt soms – al te gemakkelijk – gesproken van ‘passieve’ euthanasie [1W.J. Eijk. Eutanasia: terminologia e prassi clinica. Rivista Teologica di Lugano 1997, 2, 221-243.]. In een redactioneel artikel in de Boston Medical en Surgical Journal uit 1884, onder de titel ‘Permissive euthanasia,’ wordt voor zover valt na te gaan voor het eerst het onderscheid tussen actieve en passieve euthanasie genoemd:

‘… though we would never become destroyers of life, we suspect few physicians have escaped the suggestion in a hopeless case of protracted suffering to adopt the policy of laisser aller, to stand aside passively and give over any further attempt to prolong a life which has become torment to its owner.’ [2Anonymus. Permissive euthanasia. Boston Medical and Surgical Journal 1884, 110, 19-20.].

Hoewel in de titel wordt gesproken van ‘permissieve’ euthanasie, komt in het artikel zelf het begrippenpaar ‘actieve’ en ‘passieve’ euthanasie’ voor, dat ook in Nederland frequent is gehanteerd in de jaren zestig en zeventig. Er staat: ‘Perhaps logically it is difficult to justify a passive more than an active attempt on euthanasia’. Met ‘actieve’ euthanasie bedoelt men levensbeëindiging door verrichten van een handeling: de toediening van een dodelijk middel door de arts. Wordt het leven verkort, doordat levensverlengend handelen is nagelaten, dan spreekt men van ‘passieve’ euthanasie.

Vanwege de verwarring die genoemd begrippenpaar vaak oproept, bestaat algemeen de tendens het niet langer te hanteren. Sommigen wensen het onderscheid niet te gebruiken omdat in hun ogen de aanvaarding van passieve euthanasie – logisch gezien – de aanvaarding van actieve euthanasie impliceert. Anderen zien in het gebruik van de term ‘passieve’ euthanasie een poging om het feit te maskeren dat het achterwege laten van levensverlengende behandeling als beoogd effect een levensverkorting impliceert die op één lijn staat met levensverkorting door actieve euthanasie [3D. Tettamanzi. Eutanasia. L’illusione della buona morte. Casale Monferrato: Piemme; 1985.].

Wie de term ‘passieve’ euthanasie wenst te gebruiken, doet er goed aan de term nader te definiëren aan de hand van het onderscheid tussen geproportioneerde en niet-geproportioneerde behandeling. De beslissing een ongeproportioneerde levensverlengende behandeling achterwege te laten heeft niet tot doel het levenseinde te bespoedigen. In dit geval is de term ‘passieve’ euthanasie niet op zijn plaats. Overlijdt de patiënt als gevolg van het nalaten van een geproportioneerde behandeling, dan moeten we aannemen dat de onderliggende intentie de bespoediging van het levenseinde was. Dan zou men desgewenst van ‘passieve’ euthanasie kunnen spreken.

Voor een analyse van de klinische praktijk is een gedegen begrippenapparaat nodig. Uit de vierde evaluatie Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding bleek dat in 18% van het totale aantal sterfgevallen in 2021 een behandeling was gestaakt of niet ingesteld waarmee het leven verlengd had kunnen worden. In 68% van deze gevallen was bespoediging van het levenseinde het uitdrukkelijk doel [4A. van der Heide, J. Legemaate, B. Onwuteaka-Philipsen, F. Bosma, J. van Delden, P. Mevis, K. Mink, R. Pasman, L. Postma, S. Renckens, G.J.M.W. van Thiel and S. van de Vathorst. Vierde evaluatie Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. Evaluatie regelgeving, Den Haag: ZonMW; 2023, 54.]. Het aandeel waarbij een behandeling wordt gestaakt is redelijk stabiel rond de 20%; het aandeel; waarbij beëindiging van het leven het uitdrukkelijke doel hiervan was is flink hoger dan in 2001 (68% versus 13%). Uit het eindrapport van genoemd onderzoek valt niet op te maken of het in deze gevallen om geproportioneerde of niet-geproportioneerde behandeling ging, omdat hiernaar niet is gevraagd. We zouden ons kunnen afvragen of deze gevallen, die ethisch equivalent zijn aan actieve levensbeëindiging, niet bij de categorie euthanasie en hulp bij zelfdoding of levensbeëindiging zonder verzoek moet worden gerekend, al naar gelang de zieke in kwestie heeft ingestemd met het nalaten van de levensverlengende behandeling of hiervan onwetend was. Levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek komt slechts weinig voor (0.3% van de sterfgevallen) [5A. van der Heide, J. Legemaate, B. Onwuteaka-Philipsen, F. Bosma, J. van Delden, P. Mevis, K. Mink, R. Pasman, L. Postma, S. Renckens, G.J.M.W. van Thiel and S. van de Vathorst. Vierde evaluatie Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. Evaluatie regelgeving, Den Haag: ZonMW; 2023, 54.]. De onderzoekers signaleren wel een grijs gebied tussen symptoombestrijding en levensbeëindiging als levensbekorting wel het uitdrukkelijke doel is, maar e.e.a. niet als euthanasie wordt geclassificeerd en euthansieprocedures niet worden gevolgd.

image_pdfimage_print