Onder terminale of palliatieve sedatie wordt verstaan: het verminderen of wegnemen van het bewustzijn (door farmacologische middelen) om daarmee lijden van een patiënt door klachten die op geen andere wijze te bestrijden zijn (zogenoemde refractaire klachten) weg te nemen (zie ook Hoofdstuk VI.4.2.).
Deze palliatieve sedatie (ook wel terminale sedatie genoemd wanneer het kort voor de dood wordt toegepast) is als een nieuwe behandelingsmogelijkheid en ook als een alternatief voor euthanasie gepresenteerd [: B.J.P. Crul. Terminale sedatie als alternatief voor euthanasia. Medisch Contact 2004, 34, 1312–1314.] [: E.H. Verhagen, G.M. Hesselmann, T.C. Besse and A. de Graeff. Terminale sedatie [Palliative sedation]. Ned Tijdschr Geneeskd 2005, 149, 458–61.]. Nieuw is deze methode niet, maar pas rond ontstond er rond de eeuwwisseling discussie over. In het onderzoek naar euthanasiepraktijk in Nederland over het jaar 2001/2002 werd voor het eerst onderzoek gedaan naar terminale sedatie. De auteurs van het betreffende rapport verstonden hieronder de combinatie van twee handelingen: de toediening van middelen om een patiënt in diepe sedatie of coma te brengen en het nalaten van voedsel- en vochttoediening [: G. van der Wal, A. van der Heide, B.D. Onwuteaka-Philipsen and P.J. van der Maas. Medische besluitvorming aan het einde van het leven. De praktijk en de toetsingsprocedure euthanasie. Utrecht: De Tijdstroom; 2003, p. 75.]. In 6% van het totale aantal sterfgevallen was sedatie toegepast en in 3,9% tevens geen vocht en voedsel toegediend [: G. van der Wal, A. van der Heide, B.D. Onwuteaka-Philipsen and P.J. van der Maas. Medische besluitvorming aan het einde van het leven. De praktijk en de toetsingsprocedure euthanasie. Utrecht: De Tijdstroom; 2003, p. 76.]. In 46% van alle gevallen van sedatie was naast de verlichting van symptomen levensbeëindiging mede een doel, in 5% was dat het hoofddoel [: G. van der Wal, A. van der Heide, B.D. Onwuteaka-Philipsen and P.J. van der Maas. Medische besluitvorming aan het einde van het leven. De praktijk en de toetsingsprocedure euthanasie. Utrecht: De Tijdstroom; 2003, p. 83.]. Dit riep de vraag op of in deze gevallen terminale sedatie niet feitelijk neerkwam op euthanasie of levensbeëindiging zonder verzoek, al naar gelang de patiënt bij de beslissing daartoe betrokken is of niet. Ook al verliep de levensbeëindiging dan langzamer en gemaskeerd, het bleef dan doelbewuste levensbeëindiging. De reden hiertoe zou zijn kunnen zijn dat ofwel niet aan alle zorgvuldigheidsvereisten was voldaan, ofwel de arts de administratieve last van de meldingsprocedure wilde vermijden. De vierde evaluatie Wet toetsing levensbeëindiging en hulp bij zelfdoding schat dat in 21% van de sterfgevallen continue diepe sedatie wordt toegepast. In 0.9 % van alle sterfgevallen zou het uitdrukkelijke doel bespoediging van het levenseinde, in feite euthanasie, zijn, zonder dat reguliere euthanatica werden toegepast, maar sedatieve middelen en/of opiaten. [: A. van der Heide, J. Legemaate, B. Onwuteaka-Philipsen, F. Bosma, J. van Delden, P. Mevis, K. Mink, R. Pasman, L. Postma, S. Renckens, G.J.M.W. van Thiel and S. van de Vathorst. Vierde evaluatie Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. Evaluatie regelgeving, Den Haag: ZonMW; 2023, 54.]
Aanvankelijk werd de procedure gepresenteerd onder de naam ‘terminale sedatie’ en was zij al via de naam verbonden met de stervensfase, waarin de natuurlijke dood te verwachten valt. De uitdrukking terminaal zou kunnen suggereren dat de continue diepe sedatie het beëindigen van het leven tot doel heeft. Later, onder meer in de richtlijn die door de KNMG is uitgebracht, werd dit veranderd in palliatieve sedatie. [: Commissie landelijke richtlijn palliatieve sedatie. KNMG-richtlijn palliatieve sedatie. Utrecht: Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst; 2005.]
Palliatieve sedatie in de terminale fase van het leven wordt meestal gecontinueerd tot het overlijden. Men spreekt dan van continue of diepe sedatie. Palliatieve sedatie is echter niet noodzakelijk uitsluitend met het einde van het leven verbonden. Ook wanneer de dood niet binnen afzienbare tijd te verwachten is, kunnen refractaire symptomen vragen om sedatieve behandeling, met als enige intentie het lijden te verlichten. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij het wisselen van het verband bij patiënten die lijden aan epidermiolysis bullosa, een genetische aandoening waarbij de opperhuid loslaat en pijnlijke blaarvorming optreedt. Men spreekt dan van intermitterende palliatieve sedatie.

